Plaatselijke en tijdelijke regels – De Purmer

Waarom zijn er regels?

Algemene, plaatselijke en tijdelijke regels zorgen voor veiligheid en eerlijk spel.
Ze gelden wanneer omstandigheden op de baan daarom vragen, zoals bij onderhoud of nat weer.

Op deze pagina hebben wij ze voor je verzameld.

Baanpersoneel heeft altijd voorrang op spelers in de baan. Speel pas verder als zij veilig uit de weg zijn.

Je mag niet met driving range ballen in de baan spelen.

Niet vissen naar ballen, leg plaggen terug, repareer pitchmarks op de green, hark de bunker na gebruik aan en leg de hark buiten de bunker.

Rijd met trolleys, buggy’s en golfscooters niet over kwetsbare gebieden, zoals: de afslagplaats, de (voor)green en het gebied tussen de (voor)green en bunker.

(Er zijn op dit moment geen tijdelijke regels van kracht)

Buiten de baan, Out of Bounds, is aangegeven met witte paaltjes.

Grond in bewerking (GUR) is aangegeven met blauwe paaltjes. Elk gebied dat is gemarkeerd door blauwe paaltjes is een abnormale baanomstandigheid (ABO). Indien er sprake is van een belemmering MAG de speler die belemmering ontwijken volgens Regel 16.1.

Elk gebied dat is gemarkeerd door blauwe paaltjes met een groene kop is een verboden speelzone die MOET worden behandeld als abnormale baanomstandigheid (ABO). Bij een belemmering door deze verboden speelzone is men VERPLICHT deze zonder straf te ontwijken volgens regel 16-1f.

Hole Geel 1/9: De gehele opbouw, inclusief de omringende wal tussen de afslag van hole 1 en de green van hole 9 van de gele lus is een verboden speelzone die MOET worden behandeld als een abnormale baanomstandigheid. Bij een belemmering door deze verboden speelzone is men VERPLICHT deze zonder straf te ontwijken volgens Regel 16-1f.

Rood 9: Het verharde pad, de aarden wal en de heesters achter de green van Rood 9 is een verboden speelzone. Men is VERPLICHT deze te ontwijken volgens regel 16-1f. Als extra mogelijkheid om deze situatie te ontwijken, mag men zonder bijtelling van een strafslag de bal droppen in de aangegeven droppingzone rechts achter de green.

Tijdens het spelen van de volgende holes is de daarna genoemde hole, gemarkeerd met witte palen, buiten de baan. Deze palen worden tijdens het spelen van de hole Geel 4, Wit 3, Rood 5 en 7 beschouwd als out-of-bounds markeringen. Bij het spelen van alle andere holes zijn deze palen vaste obstakels.

  • Rode lus: voor hole 5 is hole 6 buiten de baan.
  • Gele lus: voor hole 4 is hole 5 buiten de baan.
  • Witte lus: voor hole 3 is hole 6 buiten de baan.

Op onderstaande plaatsen is er een droppingzone. Als extra mogelijk voor het ontwijken van de genoemde situaties, mag een speler met bijtelling van één strafslag een bal in deze droppingzone droppen. Deze droppingzones zijn dropzones zoals bedoeld in Regel 14.3.

  • Gele lus hole 1: ballen die na de brug links achter de green in de hindernis eindigen.
  • Gele lus hole 5: ballen die links naast of links achter de green in de hindernis eindigen.
  • Rode lus hole 7: ballen die links achter de green in de hindernis eindigen.
  • Een vast obstakel in het algemene gebied dat op de speellijn binnen twee clublengten van de green en binnen twee clublengten van de bal ligt, mag worden ontweken volgens Regel 16.1b.
  • Een vast obstakel mag volgens deze plaatselijke regel niet worden ontweken als de speler een speellijn kiest die duidelijk onredelijk is.

Algemene straf (Regel 1.3).