Plaatselijke en tijdelijke regels – De Loonsche Duynen

Waarom zijn er regels?

Algemene, plaatselijke en tijdelijke regels zorgen voor veiligheid en eerlijk spel. Ze gelden wanneer omstandigheden op de baan daarom vragen, zoals bij onderhoud of nat weer.

Op deze pagina hebben wij ze voor je verzameld.

Baanpersoneel heeft altijd voorrang op spelers in de baan. Speel pas verder als zij veilig uit de weg zijn.

Je mag niet met driving range ballen in de baan spelen.

Niet vissen naar ballen, leg plaggen terug, repareer pitchmarks op de green, hark de bunker na gebruik aan en leg de hark buiten de bunker.

Rijd met trolleys, buggy’s en golfscooters niet over kwetsbare gebieden, zoals: de afslagplaats, de (voor)green en het gebied tussen de (voor)green en bunker.

Rijd met trolleysbuggy’s en golfscooters niet over kwetsbare gebieden, zoals: de afslagplaats, de (voor)green en het gebied tussen de (voor)green en bunker. En vermijd het gebied tussen hindernissen en greens van hole 2, 3, 5, 6 en 15.

Een bal die op een kort gemaaid gedeelte door de baan ligt, mag zonder straf worden verplaatst of opgenomen en worden schoongemaakt. De speler moet de bal plaatsen binnen 15 cm van de plaats waar hij oorspronkelijk lag, maar niet dichter bij de hole. De speler mag de bal eenmaal verplaatsen of plaatsen en nadat de bal is verplaatst of geplaatst is hij in het spel. Noot: “kort gemaaid gedeelte” betekent elk deel van de baan, met inbegrip van paden door de rough, gemaaid op fairwayhoogte of lager.

Bal schoonmaken: Als de bal in het algemene gebied ligt (dus niet in een bunker, in een hindernis of op de afslagplaats van de hole die je speelt), mag de bal zonder straf worden opgenomen en schoongemaakt, en moet de bal vervolgens worden teruggeplaatst. De speler moet de plek van de bal eerst markeren voordat hij wordt opgenomen en de bal moet worden teruggeplaatst op zijn oorspronkelijke plek.

Droge of modderige gebieden in het algemene gebied, die zijn beschadigd door eerdere overstromingen, herkenbaar als donkere gebieden waar het gras geheel of gedeeltelijk is verdwenen, mogen worden beschouwd als grond in bewerking waarvan ontwijken zonder straf is toegestaan volgens Regel 16.1b.

Op De Loonsche Duynen vindt een uitgebreide testperiode met robotmaaien plaats. Een robotmaaier is voor de regels te beschouwen als een ‘invloed van buitenaf’. Dat betekent:

De geslagen en stilliggende bal wordt door de robotmaaier mee-genomen: plaats de bal – zonder staf – op de oorspronkelijke plek (bij benadering) terug. Regel 9.6.

Je slaat de bal en raakt de robotmaaier: speel de bal zoals deze ligt, Regel 11.1.

Alle markeringspalen in de baan, zoals de rode palen voor de hindernissen, zijn vaste obstakels die zonder strafslag ontweken mogen worden volgens Regel 16.1. Deze vaste obstakels mogen dus niet worden verwijderd voor het spelen van de bal.

De rode hindernissen die de baan begrenzen zijn maar aan één kant gemarkeerd en strekken zich uit tot het oneindige.

Als extra mogelijkheid voor het ontwijken van de hindernissen bij de greens van hole 2 en hole 4 mag een speler met bijtelling van een strafslag een bal droppen in de ‘Dropzone’ – gesitueerd links van de green; droppen binnen een stoklengte gemeten vanaf de witte tegel, niet dichter bij de hole. Deze ‘Dropzone’ is een dropzone zoals bedoeld in Regel 14.3.

De grote gebieden met zand en begroeiing in het gebied van holes 1 t/m 4 (waste-areas) zijn geen bunkers en deel van het algemene gebied.

Wanneer Grond in bewerking (GUR) is afgebakend met blauwe palen, mag men dat gebied ontwijken. Regel 16-1b (bijv. mierenhopen, werkzaamheden, beschadigingen in de baan). Wanneer GUR een Verboden speelzone is, wordt het gebied afgebakend met blauwe palen met een groene kop. Dit gebied moet worden ontweken. Regel 16-1f.

Buiten de baan (out-of-bounds, Regel 18.2) wordt aangegeven met witte paaltjes.

Vaste obstakels: Alle markeringspalen in de baan, zoals de rode palen voor de hindernissen, de (oranje) afstandspalen, de “next-tee”bordjes etc., zijn vaste obstakels die zonder strafslag ontweken mogen worden volgens regel 16.1. Deze vaste obstakels mogen dus niet worden verwijderd. [LET OP: Ontwijken is dan ook niet toegestaan volgens regel 15.2 (losse obstakels).]

Hindernissen die de baan begrenzen: De rode hindernissen die de baan begrenzen zijn maar aan één kant gemarkeerd en strekken zich uit tot het oneindige.

Als een bal in de hindernis ligt bij de greens van hole 5 en hole 15 of als bekend is of praktisch zeker is dat een bal die niet is gevonden tot stilstand is gekomen in de hindernis, heeft de speler de volgende opties met een strafslag: ontwijken volgens Regel 17.1, of als extra mogelijkheid, de oorspronkelijke bal of een andere bal in de dropping zone droppen, binnen een stoklengte gemeten vanaf de tegel. Deze dropping zone is een dropzone zoals bedoeld in Regel 14.3.

Abnormale baanomstandigheden (abnormal course conditions, Regel 16):
Wanneer Grond in bewerking (GUR) is afgebakend met blauwe palen, mag men dat gebied ontwijken. Regel 16-1b (bijv. mierenhopen, werkzaamheden, beschadigingen in de baan).
Wanneer GUR een Verboden speelzone | No play zone is, wordt het gebied afgebakend met blauwe palen met een groene kop. Dit gebied moet worden ontweken. Regel 16-1f.

Alle wegen en paden op de baan, ook als deze niet kunstmatig verhard zijn, worden beschouwd als vaste obstakels waarvan ontwijken zonder straf is toegestaan volgens Regel 16.1.

Straf voor overtreding van plaatselijke regels

Algemene straf.

Buiten de baan (out-of-bounds, Regel 18.2) wordt aangegeven met witte paaltjes.

Alle wegen en paden op de baan, ook als deze niet kunstmatig verhard zijn, worden beschouwd als vaste obstakels waarvan ontwijken zonder straf is toegestaan volgens Regel 16.1.

Algemene straf.