Plaatselijke en tijdelijke regels – De Haverleij

Waarom zijn er regels?

Algemene, plaatselijke en tijdelijke regels zorgen voor veiligheid en eerlijk spel.
Ze gelden wanneer omstandigheden op de baan daarom vragen, zoals bij onderhoud of nat weer.

Op deze pagina hebben wij ze voor je verzameld.

Baanpersoneel heeft altijd voorrang op spelers in de baan. Speel pas verder als zij veilig uit de weg zijn.

Je mag niet met driving range ballen in de baan spelen.

Niet vissen naar ballen, leg plaggen terug, repareer pitchmarks op de green, hark de bunker na gebruik aan en leg de hark buiten de bunker.

Rijd met trolleys, buggy’s en golfscooters niet over kwetsbare gebieden, zoals: de afslagplaats, de (voor)green en het gebied tussen de (voor)green en bunker.

(Er zijn op dit moment geen tijdelijke regels van kracht)

Buiten de baan wordt gemarkeerd door witte palen of door de omheiningen die de grens van de baan aanduiden.

Tijdens het spelen van hole 6 rode lus, is hole 5 rode lus aan de linkerkant van de hole aangegeven met witte palen, buiten de baan. Deze palen worden tijdens het spelen van hole 6 rode lus beschouwd als out-of-bounds markeringen. Voor alle andere holes zijn zij vaste obstakels.

Alle hindernissen zijn gemarkeerd door rode palen.

Als een extra mogelijkheid voor het ontwijken van de hindernissen ter hoogte van de palen met rood-blauwe kop op hole 9 gele lus, hole 4 rode lus en hole 9 rode lus, mag een speler met bijtelling van één strafslag een bal in de dropping zone droppen.

Deze dropping zone is een dropzone zoals bedoeld in Regel 14.3. De dropping zones bevinden zich rechtsachter de greens. Een dropping zone is aangegeven met een witte cirkel.

Hole 2 gele lus. Als de bal het laatst de grens van de rode hindernis (sloot) aan de baangrenszijde van de hindernis kruiste, als een extra mogelijkheid met bijtelling van een strafslag, mag de speler de oorspronkelijke bal of een andere bal droppen aan de overkant van de hindernis:

  • Referentiepunt: het bij benadering vastgestelde punt aan de overkant van de hindernis dat op dezelfde afstand van de hole is als waar de oorspronkelijke bal het laatst de grens van de rode hindernis heeft gekruist.
  • Afmeting van dropzone gemeten van het referentiepunt: twee clublengten, maar met deze beperkingen (1) deze mag niet dichter bij de hole zijn dan het referentiepunt, en (2) deze mag overal op de baan zijn behalve in dezelfde hindernis. Als meer dan een gebied van de baan binnen twee clublengten van het referentiepunt ligt, dan moet de bal tot stilstand komen in de dropzone in hetzelfde gebied van de baan dat de bal het eerste raakte toen deze werd gedropt in de dropzone.De landtong tussen hole 5 gele lus en hole 3 gele lus gemarkeerd met rode palen, maakt onderdeel uit van de hindernis.

Als een speler niet weet of zijn bal in de hindernis van hole 5 gele lus ligt, of in de hindernis (vijver links) achter het bos van hole 6 rode lus ligt, mag de speler en provisionele bal spelen volgens Regel 18.3, die als volgt is aangepast: Bij het spelen van een provisionele bal, mag de speler gebruik maken van de ontwijkoptie met slag en afstand (zie Regel 17.1d(1)), de mogelijkheid om recht naar achteren ontwijken (zie Regel 17.1d(2)) of, als het een rode hindernis betreft, de mogelijkheid om zijwaarts te ontwijken (zie Regel 17.1d (3)). Indien de speler een provisionele bal volgens deze regel heeft gespeeld, dan mag hij of zij geen andere ontwijkopties volgens Regel 17.1 gebruiken in relatie tot de oorspronkelijke bal. Bij de beslissing wanneer de provisionele bal de bal in het spel wordt of dat deze moet worden opgegeven, zijn Regel 18.3c(2) en 18.3c(3) van toepassing, behalve als de oorspronkelijke bal binnen 3 minuten is gevonden in de hindernis. Dan mag de speler kiezen om:

  • Het spel voort te zetten met de oorspronkelijke bal die in de hindernis ligt, in welk geval de provisionele bal niet mag worden gespeeld. Alle slagen met de provisionele bal voordat deze werd opgegeven (inclusief gedane slagen en straffen opgelopen met het spelen van de provisionele bal) tellen niet mee, of
  • Het spel voort te zetten met de provisionele bal in welk geval de oorspronkelijke bal niet mag worden gespeeld.
  • Als de oorspronkelijke bal niet wordt gevonden binnen de zoekperiode van 3 minuten of het is bekend of praktisch zeker dat deze in de hindernis ligt, dan wordt de provisionele bal de bal in het spel.

Grond in bewerking (GUR), gemarkeerd met blauwe palen met groene koppen, is een verboden speelzone. Bij een belemmering door deze verboden speelzone is het verplicht deze zonder straf te ontwijken volgens Regel 16-1f.

Ingezakte drainagekanalen zijn grond in bewerking. De speler mag de belemmering ontwijken volgens Regel 16.1b. Echter, er is geen sprake van belemmering als het ingezakte drainagekanaal alleen een belemmering vormt voor de stand van de speler.

Een belemmering door een vast obstakel mag worden ontweken volgens Regel 16.1. De speler heeft een extra mogelijkheid om een belemmering van een vast obstakel te ontwijken als het obstakel zich dicht bij de green en op de speellijn bevindt. Bal in het algemene gebied. De speler mag ontwijken volgens Regel 16.1b indien het vaste obstakel zich op de speellijn bevindt, en:

  • Binnen twee clublengten van de green ligt, en
  • Binnen twee clublengten van de bal

Uitwerpselen van ganzen, hoentjes en zwanen mogen naar keuze van de speler behandeld worden als een los natuurlijk voorwerp dat mag worden verwijderd volgens Regel 15.1, of grond in bewerking waarvan ontwijken is toegestaan volgens Regel 16.1.

Hindernispalen en afstandspalen worden beschouwd als vaste obstakels waarvan ontwijken zonder strafslag is toegestaan volgens Regel 16.1. Ontwijken is niet toegestaan volgens Regel 15.2.

Algemene straf (Regel 1.3).