Baanprotocol

Procedure op onze golfparken

Elke ochtend beoordeelt de (hoofd)greenkeeper de golfbaan of deze:

Ad 1 – Speelbaar (open/dicht) is.
Ad 2 – Geschikt is voor qualifying rondes.
Ad 3 – Geschikt is voor buggy’s, handicarts en/of trolleys

Deze informatie wordt doorgegeven aan de receptie. Plus andere informatie die voor golfers relevant kan zijn, zoals onderhoudswerkzaamheden die wellicht hinder kunnen geven. Belangrijke informatie wordt in de baanplanning gezet, zodat de receptie het kan vertellen aan golfers die zich melden voor een ronde én de dienstdoende steward. Tevens wordt deze informatie vermeld op de website bij de baanstatus.

Deze baanstatus wordt door de receptie bij start van de dienst ingevoerd in IntoGolf. Via dit portal wordt de status op de website ook meteen aangepast. Vanaf het moment dat de receptie open is, is de baanstatus (op de website) actueel.

De dienstdoende receptiemedewerker bepaalt – eventueel in overleg met de dienstdoende steward – welke teetijden (door tijdelijke sluiting) vervallen. Natuurlijk kunnen rondes verzet worden als er nog starttijden vrij zijn.

Golfers worden zo goed mogelijk geïnformeerd. Vooral bij sluiting door extreme weersomstandigheden. Maar er ligt ook een grote verantwoordelijkheid bij de golfers zelf (en eventuele organisatoren van een groepsactiviteit) om zich goed te informeren voor en tijdens een ronde golf. Over starttijden, status van de baan en over eventuele extreme weersomstandigheden. Golf is een buitensport en kan door vele – onvoorspelbare – zaken worden beïnvloed.

Verantwoordelijkheid (hoofd)greenkeeper
De (hoofd)greenkeeper heeft de verantwoordelijkheid voor het bepalen van de baanstatus. Deze verantwoordelijkheid kan op momenten van niet-aanwezigheid aan anderen worden overgedragen, maar de (hoofd)greenkeeper blijft verantwoordelijk en zal ook voor acute situaties (zoals bijvoorbeeld mist) bereikbaar moeten zijn voor de receptie.


De (hoofd)greenkeeper kan besluiten dat er schade aan de golfbaan kan komen door betreding van golfers. En kan besluiten tot:

Golfbaan geheel sluiten, een lus of een aantal holes sluiten.

Aanpassingen maken op gedeelte(s) van de baan.

Golfbaan geheel, een lus of een aantal holes sluiten voor buggy’s, handicarts en/of trolleys.

Zulke beslissingen kunnen gevolgen hebben voor de qualifying status van de golfbaan.

De (hoofd)greenkeeper beoordeelt of het nodig is de golfbaan (tijdelijk) dicht te houden met het oog op veiligheid, zoals bij extreme weersomstandigheden:

Extreme hitte

Bij extreme temperaturen kan het onverantwoord zijn om golfers de baan in te laten.

Storm

Bij extreme windsnelheden kan het onverantwoord zijn om de golfers de baan in te laten.

Onweer

Bij bliksem en onweer is het onveilig om te golfen.

Mist

Het is gevaarlijk om met mist te golfen als er te weinig zicht is om bij een slag te zien waar de bal terechtkomt. Hierbij moet je uitgaan van een lange slag. Het zicht moet dus minimaal 190-200 meter zijn om de baan open te houden. Op elke golfbaan en voor elke lus wordt hiervoor een referentiepunt bepaald.

Sneeuw

Ook in het geval er sneeuw op de baan ligt, kunnen afwijkende regels van toepassing zijn.

De NGF heeft regels opgesteld wanneer een golfbaan niet meer voldoet aan de qualifying condities. Golfers kunnen dan geen rondes meer spelen die meetellen voor hun handicap. Dit is:

Als er sprake is van wintergreens (indien vlaggen vanwege vorst, dooi of regenval op tijdelijke greens geplaatst moeten worden). Tenzij er slechts 1 wintergreen per 9 holes in gebruik is; dan is de baan nog steeds qualifying.

Als de lengte van de baan door omstandigheden (zoals het verplaatsen van de tees of wintergreen) meer dan 50 meter over 9 holes (of 100 meter over 18 holes) verschilt met de ‘normale’ – door de NGF gemeten – afstanden van de baan.

De ‘normale’ baan is zoals deze is opgemeten door de NGF. Hiervoor zijn tegels op de afslagplaatsen geplaatst. Het is belangrijk voor greenkeepers om bij het plaatsen van teemarkers hiermee rekening te houden, ze mogen niet meer dan 10 meter voor of achter de tegel staan. Tenzij er sprake is van onderhoud.

(En natuurlijk moet er op de afslagplaats ruimte zijn om te staan en te slaan; dus de teemarkers zullen minimaal 2 clublengtes vanaf de achterkant van de afslagplaats geplaatst moeten worden. Dus niet helemaal aan de achterkant.)

De beoordeling ligt bij de (hoofd) greenkeeper, eventueel in overleg met de H&R Commissie van de Hollandsche Golfclub. Op de website van HGC staat contactinformatie van de H&R Commissie (volgt).

Natuurlijk is het goed om de golfbaan zo lang mogelijk toegankelijk te houden voor alle golfers, ook golfers die minder goed ter been zijn. Maar het gebruik van deze hulpmiddelen mag in geen geval schade aan de baan veroorzaken. De beoordeling ligt daarom bij de (hoofd) greenkeeper en er worden geen uitzonderingen gemaakt voor bepaalde golfers.